Lezing 18 februari 2008

Verslag van de tweede Cornelis Lelylezing gehouden op 18 februari 2008

“DIERZIEKTEN EN SAMENLEVING”

Globalisering, grotere publieke belangstelling voor het welzijn en de gezondheid van dieren en de introductie van nieuwe dierziekten die ook risicovol zijn voor de mens, maken de bestrijding van dierziekten steeds complexer. Dat onderzoek naar dierziekten een belangrijke link heeft met de gezondheid van de mens (de toenemende resistentie tegen antibiotica maakt bijvoorbeeld dat MRSA – vroeger bekend als de ziekenhuisbacterie – nu veelvuldig bij varkenshouders wordt geconstateerd) is de afgelopen tien jaar steeds duidelijker geworden en geaccepteerd. Diergeneeskundig onderzoek is dus broodnodig.

Bianchi2Met het in Lelystad gevestigde Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR (CVI) heeft André Bianchi Flevoland wereldwijd toonaangevende kennis in huis. Dat bleek weer eens tijdens de tweede Cornelis Lely Lezing die maandag in het Nieuw Land Erfgoed werd gehouden. ‘Blauwtong bereikte Nederland in 2006. Door onder meer klimaatverandering en internationaal transport worden uitbraken van ook andere dierziekten die tot dusver niet in Nederland voorkwamen, in de toekomst waarschijnlijker. Het West-Nile Virus en Rift Valley Fever, ziekten die ook gevaarlijk zijn voor de mens, rukken steeds verder naar Europa – en dus naar Nederland – op.’ Dat maakt CVI-directeur Andre Bianchi duidelijk. Voor die laatste varianten is ruiming van besmette dieren geen methode om de ziekte in te dammen. Bianchi: ‘Je kunt nooit de mugjes bestrijden die dit overbrengen. We zoeken dus naar een andere aanpak.’

Mobiele telefoons
Er wordt hard gewerkt aan nieuwe diagnostiek en vaccins, veelal ook in samenwerking met buitenlandse partners, zoals Bianchi’s college Paul Townsend van het Britse Veterinary Laboratories Agency benadrukte. Hij gaf als voorbeeld een samenwerkingsproject waarbij achttien instituten uit elf landen zijn betrokken. Townsend maakte duidelijk dat dierziektenbestrijding mondiaal moet worden aangepakt en dat voor preventieve detectie en snellere diagnose bestaande communicatiesystemen, zoals de mobiele telefonie beter kunnen worden benut.

Nederland niet voorbereid
De link tussen de kennis van instituten en de aanpak van ziekte-uitbraken in de praktijk kwam vervolgens aan de orde bij het betoog van Peter de leeuw van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
‘Nederland is kwetsbaar voor dierziekten vanwege de grote dierdichtheid, vele transporten en vele contacten met het buitenland. Wij zijn na de Verenigde Staten en Frankrijk het derde exportland ter wereld, met een wereldwijde exportwaarde van meer dan 10 miljard euro.’ In de nieuwe Nationale Agenda BianchiDiergezondheid wordt dan ook meer de nadruk gelegd op preventie, met name op handel, transport, het bedrijf en de buitengrenzen en wordt waar mogelijk meer vaccinatie. De Leeuw zei klip en klaar dat het ministerie in 2003 niet goed was voorbereid op de Vogelpest en in 2006 ook niet op Blauwtong. ‘LNV had geen draaiboek. Het beleid steunde op Lelystad.’ Zijn conclusie: ‘Er is meer kennis nodig. De kennis van vandaag is onvoldoende voor de uitdaging van morgen. Enkele van onze axioma’s zijn niet langer geldig en dat maakt ons onzeker.’ Reinoud van Gent, dierenarts in Zeewolde, benadrukte de belangrijke rol van dierenartsen. Als verbindende schakel tussen wetenschap, boer en (lokale) overheid, kan de dierenarts bruggen bouwen. ‘Burgemeesters, bel je dierenartsen bij ziekte-uitbraken. Dan weet je direct wat er in jouw gemeente aan de hand is.’

Wereldwijde naam
De octrooispecialist Johan Renes pleitte voor het vastleggen van de rechten op de nieuw te ontwikkelen kennis en producten. ‘Daarmee wordt de kennis nog steeds toegankelijk André Bianchi voor de hele wereld, maar word je wel een partij waarmee gepraat moet worden.’ Nederland – en Lelystad – kan dus verdienen aan al de kennis. Dat maakte ook Gerrit Keizer van Prionics Lelystad BV duidelijk. Hij gaf concrete tips hoe wetenschappelijke kennis commercieel uitgenut kan worden. ‘Wetenschappers vinden ‘sales’ vaak nog een vies woord. Onterecht.’ Overigens maakte hij duidelijk dat in die commerciële strategie het woord ‘Lelystad’ in de naam expres was gekozen. ‘De naam Lelystad is belangrijk; het betekent wereldwijd ‘krachtig op veterinair gebied’ en geeft ons faam in de markt.’ Dagvoorzitter Andries Greiner concludeerde dan ook dat Lelystad en Flevoland hier nog veel meer van kunnen en moeten profiteren.
De Cornelis Lely Lezing heeft wederom aangetoond dat Flevoland meedoet in de wereld.

Foto’s: André Bianchi (Fotostudio Wierd Lelystad)